Actueel

Fotoreportage van Marie Jeanne Smets van de voorstelling van de dichtbundel en de vernissage van Into the bush.

Nieuw: My Funny Valentine (te vinden op Bol.com).

Pers

Over Luchthaven voor vogels

De bundel Luchthaven voor vogels is even divers als coherent. Op het formele vlak beweegt De Neef zich steevast tussen twee extremen. Hij schrijft lange, litanie-achtige teksten, zoals het slotgedicht van de bundel, de uitgebreide ‘Hommage aan de tomaat’. Die titel verraadt de aandacht voor zelfs het allerkleinste mirakel van de natuur, in navolging van Gezelle. Het gedicht bewijst echter niet alleen dat de spreekstem goed gekeken en goed geproefd heeft, het is ook een proeve van levenswijsheid en een klein portret van de mensheid. Het andere extreem van het palet dat Roger de Neef bestrijkt, is te vinden in de ‘Japannerieën’: in de meeste gevallen vormvaste en ijzersterke haïku’s, ondermeer:

De pijn die ik voel
Is niet van mij zij is nog
Jong en zoekt haar plaats.
Een reiger loert door
Zijn spiegelbeeld heen op die
Vis in het water.
Het licht gijzelt de
Dingen een merel fluit luidt
Zo de stilte in.

Anneleen De Coux, En nu met grote ogen kijken, Poëziekrant nr. 4,Gent, juni 2011, p. 42-44.


Luchthaven voor vogels blijft gedicht na gedicht boeien en aandacht vragen. Met deze bundel bevestigt Roger de Neef opnieuw het meesterschap dat hij in zijn nu bijna 55-jarige carrière als dichter heeft weten te verwerven... Vogels zijn echter meer dan gewone reizigers. Ze vervullen een brugfunctie tussen mens en natuur en brengen een boodschap:

Het zwijgen

Vogels zijn boodschappers
Roeptekens in de ruimte

Telkens als hun kelen zwijgen
Blijven wij achter

Met het vermoeden
Met die scheur in ons lijf.

Vogels zijn dichters met oog voor verwondering en mysterie. Roger de Neef heeft het vliegen ooit een vorm van schrijven genoemd.

Patrick Peeters, Het klemwoord vogel, in ‘De leeswolf’, maart 2011, p.110-111.


Over Omdat

... De gedichten in zijn bundel Omdat zijn existentieel noodzakelijk. Niets meer of minder en daarom indrukwekkend. Want je voelt dat de Neef zich naar het dichterlijke zwijgen toeschrijft, maar vorloopig nog heel belangrijke zaken te zeggen heeft ...

Zo omschrijft de Neef alsof het zijn laatste woorden zijn:

Op de vier zijden
Van het papier
Trommel ik de stilte op
Het blanco blad zelf
Beschrijf ik met leegte

Zodoende is nu alles voltooid
Mijn handschrift is de ruimte

Paul Demets: De tijd voltrekt zich, in De Morgen, woensdag 23 mei 2007.

Over Het boek van de roos en het zout

Kaft Het boek van de roos en het zout

... De Neef bevraagt het woord en zijn clichématige betekenissen. Het deed me herhaaldelijk denken aan de manier waarop Dirk van Bastelaere in Hartswedervaren het romantisch geijkte beeld van het hart ontdoet van zijn vastgeroeste betekenissen en met een nieuwe oplaadt.

Zo is een roos in de Neefs bundel ook veel meer dan een hardleers symbool van de liefde. Zo beschouwt hij de woorden roos en zout als lege plekken die hij taalbewust - speels en ernstig, bevlogen en nuchter, en met een gevoel voor stijlbreuken - invult met particuliere betekenissen. Op die manier beveelt de dichter zijn plaats in een wereld van gewone omgangstaal.

Maar niet alleen het woord als dusdanig wordt voortdurend bevraagd. Er zijn nog constanten in het dichtwerk. Het ik blijkt net als vroeger weer een naam voor vele ikken, en dat facettenoog van het peilende ik wordt vooral stilistisch vertaald (...)

De Neef is en blijft een oeuvrebouwer, die geduldig weeft aan zijn web van betekenissen. Hij doet dat nu ook weer met een rijke schakering van stijlfiguren en tonen. Daarom, én omdat de dichter zich in deze bundel een meester van de bedrieglijke eenvoud toont, heeft de Neefs poëzie van ontheiliging en onthechting een heel eigen plaats in de hedendaagse poëzie verworven.

Yves t'Sjoen in De Standaard der Letteren, donderdag 7 november 2002.


... De Neef is zonder overdrijven zowel in de kortste als in de langste dichtvorm een meester. Hij is nog altijd de schrijver van het mooiste vijfwoordige gedicht uit de Nederlandse literatuur. Uit de bundel De halsband van de duif: 'Ik / min jou / is niets'.

Met de lange cycli uit 'Het boek van de roos en het zout' heeft hij eindelijk de vorm gevonden waar zijn gedichten met hun dwingende retoriek als altijd naar op weg waren. (...)

Elk werk van de Neef opent niet alleen wegen naar dichters maar ook naar de jazzmuziek en de beeldende kunst. Ook die zijn in Het boek van de roos en het zout weer expliciet aanwezig, respectievelijk met een motto van Charles Mingus en in een cyclus voor de Antwerpse schilder Sam Dillemans.

Hans Vandevoorde in Tijd Cultuur, 9 oktober 2002


Uit Shortlist voor de VSB poëzieprijs

... Levensdrift en vergankelijkheid bepalen de gedichten in Het boek van de roos en het zout (Poëziecentrum), misschien wel de beste bundel van Roger M.J. de Neef tot nu toe.

De Neef verwerkt die twee symbolen niet alleen op een existentieel niveau, maar ook op dat van de taal: de roos is een leeg symbool geworden dat hij opnieuw kleur geeft, net zoals hij met het zout van de taal onze leeslust op smaak brengt in de langere gedichten Syllabus van de roos en Meervoud van het zout. Je kunt alleen maar wensen dat die de papillen van veel lezers raken!

Knack, 29 januari 2003


Bijzonder interview

Klara uitzending Berg en Dal, 11 november 2012 van 10 tot 11u.